Sport
1-13 - Een sportieve man wil op een dag gaan parachutespringen. Hij stapt in het vliegtuig en wordt op de nodige hoogte gedropt. Al vallend grijpt hij naar het koordje van zijn parachute om deze te openen. De parachute weigert echter alle dienst. Steeds sneller vallend passeert er plots in tegengestelde richting een andere man. Onze parachutist maakt snel van de gelegenheid gebruik en vraagt aan deze man "Kent gij iets van parachutes ?" ; waarop de andere man vraagt : "Kent gij iets van gaskachels ?"
- Blondje 1: Hoe ziej gie gestorven ?
Blondje 2: Djoodgevroren !
Blondje 1: Amai, verschrikkelik! Hoe voelt dad-an, djoodvriezen?
Blondje 2: In 't begin... Verschrikkelik: j? koet gevoel, dan zje?in vingers en tj?n, tottajj' ip den duur vrj?loaperig wordt en 't bewustzijn verliest.
En gie, hoe ziej gie gestorven?
Blondje 1: Ikke ? Nen artaanval ; ik verdacht mienen vint ervan dattie mie bedriegde. En op nen dag kwamme kik vroeger thuus, en 'k liepe noa de slapkamer woa dattie
op 't bedde lag TV te kieken.
Wantrouwig lik dak ben, gien-kik beneden in de kelder kieken of datter nergens 'n vroamens verstopt zat, moa niks te ziene.
Dan liepe kik terug noa boven, maar doa waster ook niemand.
Uiteindelik benne kik noa de zolder gelopen, maar op den trap krege kik dienen artaanval, en viele kik morsdjood.
Blondje 2: Hoe stom zeg! Aj-in dien diepvries gekeken, woaren w'alletwjee nog in leven!
- Twee West-Vlamse blondjes (vriendinnen) komen mekaar tegen in 't vagevuur.
- Conversatie in de ZOO van Antwerpen Een vogel, een vis en een krokodil hangen aan de toog in de bar van de zoo
Och zegt die vogel: "ik heb het hier allemaal gezien, ik ben 't hier een beeteke muug. Ik kan goe vliege, mijn vrouw kan goe vliege, mijn kinderen kunnen goe vliege, als we de kans hemme zijn we weg, terug naar Afrika."
Ja, zegt die vis: "Ik ben het hier ook wa muug. I k kan goe zwemme, mijn vrouw kan goe zwemme, mijn kinderen kunne goe zwemme, als we de kans hemme zijn we weg, terug naar de Middellandse zee."
Och, zegt die krokodil, "Ik weet het nog niet. K'hem een groot bakkes, mijn wijf heeft een groot bakkes, mijn joeng hemme ollamoal een groot bakkes. Ik denk da'k hier in Antwaarepe blijf
- Een Antwerpenaar en een Limburger werken voor een kwal van een baas. Krijgt de Antwerpenaar op een dag telefoon van de Lotto: "Meneer U hebt 50 miljoen gewonnen". De Antwerpenaar staat recht, slaat zijn computer stuk, stapt naar de baas en scheldt hem de huid vol: "t Is om te melden dat ik nooit meer voor U werk, ik heb 50 miljoen gewonnen. Voila, dit is mijn afscheid (slaat in het gezicht van de baas) Enkele weken later krijgt de Limburger telefoon van de Lotto: "Meneer U hebt drie miljoen gewonnen." waarop de Limburger, die goed keek naar wat de Antwerpenaar deed, rechtstaat, heel zijn bureau aan dingelen slaat, naar de baas stapt, hem eveneens de huid volscheldt, op diens gezicht klopt en vervolgens zegt: "Ik heb drie miljoen met de Lotto gewonnen en 't is om U te melden dat ik hier voortaan slechts parttime zal komen werken...."
- Twee antwerpse blondje zitten aan den toog in een cadéke op't kiel.
zegt de een: "kzen zjust wer men raaiexoamen gon doen."
"Allee", vraagt de ander: "en , oe was't?"
" Nie goe, zenne", zei ze, "wer geboasd!"
Ik koom wer on da rongd pungt, en der stond em bord me daartig oep, dus 'k raaie kik daartig kier rongd da rongd pungt."
"ai", zei de ander, "en verkierd geteld, of wa?"
- 2 Gentenaars, een is een stotteraar.
De ene komt de stotteraar tegen en vraagt "hoe gaat 't ?"
Zegt de andere "ho, ho, pro.., pro.., problemen, krij.., krij..krjge mijn kiek.., kiekens ni..ni.. in?
huld.., d.., der k.., k.., kot.
Zegt de anderee "es simpel op te lossen, ge pakt een panne ge doet er wat ma?s in, ge schut mee je?
panne en ge roept "klu.., klu.., klu.."
Kg.., kga 't proberen.
De volgende week komen ze elkaar opnieuw tegen. "ha,, gelukt mee je kiekens"
Zegt de stotteraar: "ho, ho, pro.., pro.., problemen, jong, mij.., mij,,, mijn kie.., kiek.., kiekens?
ko.., ko.., kommen wel ma.., ma.., d..,den haan komt ook.
Ah, ge moet bij de haan gaan en zeggen "weg gij"
Pei.., pei.., peis.., peisdet ?
De week erna komen ze elkaar weer tegen zegt de ene "wel, gelukt mee de haan ?"
"ho, ho, pro.., pro.., problemen". mijn kiek.., kiekens ko.., ko.., komen, d.., d.., den hane ook k..,?
kga bij bij d.., d.., den hane en kzegge "weg gij of ghebtne stamp tegen eu klu.., klu.., klu.."en mijn?
kiekens komen terug buiten.
- Een vogel, een vis en een krokodil zaten in de Antwerpse zo te praten. Zegt de vogel : ik kan goe vliege men vrouw kan goe vliege en men kinnekes kunne goe vliege. as we kunne zen we hier weg naar afrika. Zegt de vis : ik kan goe zwemme men vrouw kan goe zwemme men kindere kunne goe zwemme as we de kans hemme zen we hier weg naar de middelandse zee. Zegt de krokodil : ik hem een groot bakkes men vrouw heeft een groot bakkes men kinekes hemme een groot bakkes; ik dnek da we hier in aantwaarpe blaave?
- der was es een Antwerpenaar en een Gentenaar.De Antwerpenaar zei "ik zie heel goed, zie je die vlieg op de kerktoren ??" De Gentenaar "'k zie der de kloten van" "Oh, dan zie je nog beter dan ik" zei Antwerpenaar?
- Een Antwerpenaar en een West Vlaming staan op de dijk naar de lucht boven de zee te kijken. Het is een van die dagen waar je de zon en de maan samen overdag kan zien. Zegt de Antwerpenaar : " links staat de maan en rechts staat de zon". "Welnee" zegt de West
Vlaming, " de maan staat rechts en de zon staat links. "Weet je wat" zegt de Antwerpenaar, "we zullen het vragen aan dat koppel dat daar aankomt". Dus ze vragen "meneer, kan u ons meningsverschil even helpen beslechten? Wat denkt u, staat de zon links of rechts ?" Antwoord de man, die een duidelijk Limburgs accent heeft, " ik zou het niet weten heren, ik ben niet van hier".
- Bah, zeggen de kannibalenkinderen tegen hun moeder : "alweer mens, kan je niets anders klaar maken ?
De volgende dag schotelt de moeder een Antwerpenaar voor. Joepie, roepen de kinderen, voor mij de nek !!!
- Zegt de krokodil tegen het vogeltje : "en, op vakantie geweest dit jaar ?"
Ja, zegt het vogeltje, ik kan vliegen, mijn vrouw kan vliegen en mijn kinderen kunnen ook al vliegen. Wij zijn naar het zuiden gevlogen.
En jij ? vraagt het vogeltje aan de krokodil.
Oh, zegt de krokodil, ik heb een grote bek, mijn vrouw heeft een grote bek en mijn kinderen zijn ook met een grote bek geboren, wij zijn in Antwerpen gebleven !!
- Een Gentenaar: "wij hebben grote lullen"
Een Bruggeling "wij, in Brugge, hebben grote ballen"
Een derde: "ik ben wel van Gentbrugge"
1-13
Ons helpen kan door alles door te sturen naar onze mailbox.